Idurar n arrif
Idurar n arrif i dihan ibedden
I durar n ssif i dihan isedden
Idhnnad tugha din ca n yewdan qedden
Maca nhâra qa din ca imedhran hedmen
Imdhran n tmaddiwin di tqicciwin ghemyen
Maca qa ghemyen din x ca n taryast cahden
Taryast âabd krim taryast irifiyen
Xzart ghar idurar-in xzart a imêzzyanen
Nhara yeqqim din ratar n weyraden
Ratar âabd krim d ratar n yemjahden
Yurat & ighenjit : El Walid Mimoun
..............................................................................
De bergen van de Rif*
Daar verheffen zich de bergen van de Rif,
Daar staan de bergen van het zwaard [1] in slagorde opgesteld.
Gisteren waren er mensen die iets vermochten,
Maar vandaag resten slechts vernielde begraafplaatsen. [2]
De graven van de adelaars liggen afgelegen in het hooggebergte,
Maar zij getuigen daar van moed,
De moed van Abd al-Karim en van de Riffijnen
Die de strijd hebben aangebonden met de vreemde indringers.
Ziet naar de bergen, o jongeren!
Heden resten daar nog de sporen van de leeuwen,
De sporen van Abd al-Karim,
De sporen van de vrijheidsstrijders.
* De dichter / zanger wijst de Marokkaanse jongeren bij hun strijd voor mensenrechten en een menswaardig bestaan op het voorbeeld van de - door de officiële geschiedschrijving verwaarloosde - Riffijnse helden uit het verleden, onder wie in de eerste plaats Abd al Karim, leider van de grote Rif-opstand tegen het Spaanse kolonialisme (1921-1926).